vrijdag 16 mei 2014

Door welke bril kijk je naar caritas en diaconie?

In de afgelopen weken heb ik veel aandacht besteed aan pelgrimeren. Daarvoor was ik ook naar Groot-Brittannië afgereisd. Voor de heen- en terugreis had ik één Nederlandstalig boek meegenomen. Dat had ik vrij willekeurig geplukt uit mijn stapeltje boeken over de geschiedenis van caritas en armenzorg, de tweede pijler van mijn sabbat. Ik heb van die keuze geen spijt gehad. 'Liefdewerk. Een herwaardering van de caritas bij de Arme Zusters van het Goddelijk Kind, sinds 1852' van Annelies van Heijst bleek boeiende lectuur te zijn. Niet alleen omdat het mij meer inzicht gaf in de liefdadige zorg van een zustercongregatie in de negentiende en de twintigste eeuw. Ik wist, dat religieuzen in die tijd een grote rol hadden gespeeld in de ontwikkeling van de diaconie in de rooms-katholieke kerk. Hoe ze dat precies hadden gedaan, was mij minder bekend. De geschiedenis van deze congregatie gaf daaraan meer invulling. Dat was op zich al waardevol.
Maar daarnaast zette Van Heijst mij op verschillende punten aan het denken, zaken die verder reiken dan de toevallige geschiedenis van deze congregatie. Ik wil die punten hier kort bespreken.


Het belang van een zorgtheorie

Van Heijst constateert bijvoorbeeld, dat de meeste historische studies over weldoen en de verzorgingsstaat, - en dus ook over armenzorg, zou ik daaraan willen toevoegen-, een protestant-liberale of socialistische invalshoek hebben en zich concentreren op mannen en hun organisaties (p. 13) Wat katholieken hebben gedaan en nog doen, blijft veelal onderbelicht, laat staan de inbreng van katholieke vrouwen. Met haar boek wil Van Heijst een herwaardering geven aan de zorgpraktijk, die is ontwikkeld door vrouwelijke religieuzen en daarmee expliciet rechtdoen aan de gelovige levensovertuiging van deze zusters. Wil je de geschiedenis van een zorgpraktijk goed beschrijven, dan is het volgens haar nodig, dat je ook een zorgtheorie hebt als conceptueel kader. Anders is de kans groot dat je een aantal belangrijke aspecten mist. Van Heijst neemt als uitgangspunt de theorie van Joan Tronto, die in haar boek 'Moral Boundaries' vier fasen of gestalten van zorg onderscheidt.
  • de eerste fase is die van caring about: het signaleren dat op bepaalde plaatsen bij bepaalde groepen mensen behoefte is aan zorg
  • de tweede fase is die van taking care of: het daadwerkelijk organiseren zodat bepaalde noden kunnen worden verlicht door financiële en organisatorische maatregelen (inzamelen van gelden, oprichten van verenigingen en dergelijke)
  • de derde fase is care-giving: het directe zorgen, de concrete handeling van het lenigen van een nood
  • de vierde fase is care-receiving: de response van de zorgontvanger op de geboden zorg. (Liefdewerk, p. 52)
Het aardige van deze zorgtheorie is, dat ook initiators en organisatoren als zorgdragers in beeld komen, niet alleen de directe uitvoerders. Dat kan een troost zijn voor sommige hedendaagse PCI-bestuurders, die vinden dat zij teveel bezig zijn met het beheer van gelden en de organisatie van het caritaswerk en niet toekomen aan het eigenlijke werk. Tegelijk maakt deze theorie duidelijk, dat veel historische schetsen van de armenzorg vooral institutiegeschiedenissen zijn (eerste en tweede fase) met nauwelijks oog voor de feitelijke zorgverleners (vaak vrouwen), laat staan voor de zorgontvangers. Dat heeft deels te maken met de aard van de historische bronnen die bewaard zijn gebleven, maar waarschijnlijk nog meer met de blikrichting van de schrijvers. De vier gestalten van zorg die Tronto onderscheidt, geven in ieder geval een bredere kijk. Is het mogelijk deze verschillende gestalten recht te doen in mijn eigen poging tijdens dit sabbatverlof om de geschiedenis van de caritas en kerkelijke armenzorg te bestuderen en te beschrijven?

Tegen instrumentele visies op liefdadigheid

Toen ik andragologie studeerde, was de neomarxistische visie populair, dat de belangrijkste functie van armenzorg, en het welzijnswerk dat daaruit was voortgekomen, de reproductie van de arbeidskracht was. Ik moest daaraan denken, toen ik Van Heijst's kritiek las op de instrumentele visies op liefdadigheid. Ze verzet zich  sterk tegen de opvattingen van Siep Stuurman, als zou liefdadigheid alleen worden ondernomen om de klassenverhoudingen te bestendigen.  Maar ook het oordeel van de kerkhistoricus Peter Raedts, dat in de negentiende eeuw de bisschoppen congregaties van vrouwelijke religieuzen hebben ingzet om het katholieke geloof te verbreiden, kan in haar ogen geen genade vinden. In beide benaderingen verschijnt liefdadigheid als middel om een verborgen doel na te streven. Ze ontkent niet, dat mensen van de kerk zieltjes zouden willen winnen of dat gegoede mensen hun welstand zouden willen beschermen. En liefdadigheid kan hier best een rol in hebben gespeeld, bewust of onbewust. Maar je doet liefdadigheid te kort, als je het alleen maar reduceert tot dit effect. Je gaat dan voorbij aan vier zaken:
  • in een tijd dat er geen sociale voorzieningen waren, was liefdadigheid een antwoord op klemmende noden: iets was voor de armen beter dan niets.
  • caritas is altijd een intrinsiek aspect van het christelijk geloof geweest.
  • de ontvangers van zorg gingen op een eigen wijze met het gebodene om. Sommige zaken aanvaarden ze wel, andere niet, zowel materieel als spiritueel.
  • in de negentiende eeuw kon geloof ook een eigenstandige betekenis hebben voor zowel rijken als armen. Godsdienst was nauw verbonden met hun eigen identiteit. (Liefdewerk, p. 81 -82)
Volgens Van Heijst komen deze instrumentele visies op liefdadigheid voort uit het sociale rechten denken. Dat analyseert zorgvragen van mensen te weinig in termen van existentiële menselijke behoeftigheid en te exclusief in termen van sociaal onrecht. (p. 79) De volgende twee punten liggen in het verlengde hiervan.

Sociale rechten versus liefdadigheid

'Helpen onder protest' is een bekende notie in het hedendaagse diaconale werk. Ze brengt tot uitdrukking, dat de hulp die door kerken wordt verleend, b.v. via een voedselbank, eigenlijk gezien wordt als een taak die er niet zou moeten zijn. De overheid (samenleving) moet immers zorgen voor zodanige structurele voorzieningen, dat dergelijke hulp overbodig is. Mensen hebben het recht om een leven te leiden zonder honger en armoede. Onder de notie 'helpen onder protest' gaat de gedachte schuil, dat zorg in de vorm van het verstrekken van voedselpakketten eigenlijk maar een lapmiddel is. Als mensen voldoende inkomen zouden hebben (via hogere uitkeringen of lonen), zou de voedselbank niet nodig zijn. Zo opgevat is 'helpen onder protest' een actuele illustratie van de dominerende invloed die het sociale rechten denken gekregen heeft.
Aan het begin van haar boek omschrijft Van Heijst het verschil tussen een 'ethics of justice' (rechtvaardigheidsethiek of sociaal rechten denken) en een 'ethics of care' (zorgethiek) met een aantal trefwoorden: "Ethics of justice oriënteert zich op recht en rechtvaardigheid, redelijkheid en algemene beginselen, terwijl de ethics of care koerst op relationele en emotionele betrokkenheid en op situaties in hun bijzonderheid." (Liefdewerk, p. 23 - 24) Op verschillende plaatsen laat zij zien hoe in de geschiedschrijving het denken in rechten de overhand krijgt. Dat geldt zowel voor de ontwikkeling van het feminisme in het algemeen als de waardering voor vroege initiatieven van Engelse dames als Elizabeth Fry en Josephine Butler, waaruit het sociaal werk is voortgekomen.
Later keert de tweedeling terug in de beschrijving van de zustercongregatie, met name in Van Heijst's terugblik op de ontwikkelingen in deze congregatie in de laatste vijftig jaar. Zij constateert een depreciatie van de liefdewerken (het hart van de inzet van deze zusters) in zowel de kerk en de samenleving als onder historici. Een wat langer citaat uit de laatste paragraaf maakt dit duidelijk: "Drie zaken vallen op in de kwalificatie 'conservatief' van bovengenoemde historici. Ten eerste het normatieve ervan. Progressief - en dus goed - was volgens hen: de politiek-juridische aanpak van sociale ongelijkheid. Conservatief was de godsdienstig-zedelijke en zorgende aanpak van de caritas. Het tweede wat opvalt is dat het kader van de ethics of justice dit oordeel reguleert. De mate van vooruitstrevendheid is immers afgemeten aan de criteria van recht, rechtvaardigheid en gelijkheid. Hadden de historici daarentegen vanuit de ethics of care de caritas bezien, dan hadden ze er wel iets goeds in kunnen ontdekken, bijvoorbeeld dat religieuzen belangeloos opvang en ondersteuning hebben gegeven aan mensen die daar zelf niet voor konden zorgen. De explosieve groei, zowel aan de vraagkant van de zorg (zorgbehoevenden) als aan de aanbodkant (verzorgende zusters) wijst er op dat de congregaties een adequate respons moeten zijn geweest op de veranderende negentiende-eeuwse samenleving. De congregaties waren tevens een nieuw antwoord. Waarom dit fenomeen dan, samen met heel de caritas, als 'sociaal conservatisme' betiteld. Wat was er eigenlijk conservatief aan het liefdewerk van religieuzen voor armen, kinderen, zieken en gehandicapten? De congregaties borduurden weliswaar voort op de armenzorg oude stijl maar waren ook een grondige vernieuwing ervan, met name in de sociale en institutionele positionering. Nieuw was om te beginnen de wijze waarop religieuzen hun leven inrichten, compleet toegewijd aan noodlijdenden . Ze schonken niet de kruimels van hun rijke dis - zoals welgedane 'liefdadigers'- maar verbonden hun eigen levenslot aan dat van mensen in de knel. Nieuw was ook het massale karakter van deze liefdadigheid. Bij zorgdragers en zorgbehoevenden ging het om grote groepen mensen over een lange periode in de tijd, institutioneel verankerd en professioneel vormgegeven. Nieuw was de structurele invloed op het katholieke volksdeel en daarmee indirect op de hele samenleving; wat religieuzen deden vormde, ook in economisch opzicht, mede de grondslag voor de verzorgingsstaat." (Liefdewerk, p. 275) Het derde punt van Van Heijst is het ontbreken van alle arbeid van religieuze congregaties sinds 1801 in de historische beeldvorming over 'katholiek sociaal denken' of sociale bewegingen in het algemeen. Ook hier speelt de zelfde tegenstelling parten. Historici formuleren 'sociale veranderingen' in termen van een rechtvaardigheidsethiek: wat telt zijn veranderingen bewerkt door strijdbaarheid, emancipatie en het verwerven van (gelijke) rechten. Religieuzen transformeerden de samenleving op een andere manier, onder de noemer van (naasten)liefde en door het aanbieden van zorg en medemenselijkheid, met inzet van hun hele persoon.
Van Heijst vindt het wrang, dat in de laatste decennia de vrouwelijke religieuzen zelf ook het spreken over liefdewerken hebben ingeruild voor het werken aan recht, gerechtigheid en bevrijding en ze zich soms lijken te schamen voor hun eigen geschiedenis.

Het surplus van de liefde

Dat liefdadigheid vaak instrumenteel wordt opgevat en met argwaan wordt bekeken, komt ook door een economische kijk op menselijk handelen: er is sprake van ruilverkeer (do ut des: ik geef opdat jij geeft). Dus als iemand naastenliefde verleent, zal hij er wel wat voor terugverlangen. Met behulp van een onderscheid van de rechtsfilosofe Dorien Pessers laat Annelies van Heijst zien, dat het bij naastenliefde wat anders ligt. Hier is sprake van 'do quia mihi datum est' (ik geef omdat mij gegeven is). Er is hier niet sprake van gelijk oversteken, maar van wederkerigheid. Het eigene keert via de ander bij mij terug, nooit rechtstreeks maar via een bemiddelende instantie. (Liefdewerk, p. 200). Pessers noemt drie bemiddelende instanties, die elk hun eigen type wederkerigheid voortbrengen. De familiale verwantschap bewerkt een affectieve wederkerigheid, de kleine homogene gemeenschap een sociale wederkerigheid  en de orde van het recht een rationele wederkerigheid. Om het eerste als voorbeeld te nemen: ouders zorgen voor hun kinderen, niet omdat zij zorg van hun kinderen terug denken te ontvangen, maar omdat zij zelf indertijd als kind zijn verzorgd. Het geven is dus geworteld in een eerdere gave. Samenleven zou onmogelijk zijn, als er niet dergelijke betrekkingen zouden bestaan, waarbij mensen iets aan elkaar schenken zonder direct de rekeningen met elkaar te vereffenen.
Aan die drie bemiddelende instanties voegt Van Heijst nu een vierde model van triadische wederkerigheid toe, de religieuze wederkerigheid (Liefdewerk, p. 293). Vanuit hun geloof waren de religieuzen ervan overtuigd dat ze van Godswege een surplus van liefde hadden ontvangen, wat bij hen de bereidheid wekte zich belangeloos in te zetten voor medemensen naar wie verder niemand omkeek. "Je zou dus kunnen zeggen dat het liefdewerk werd 'veroorzaakt' door een ervaren toegift in de liefde van God voor de mensen. Vervolgens was dat liefdewerk zelf ook zo'n extraatje, van religieuzen voor hun medemensen." (Liefdewerk, p. 293)
Een van de hedendaagse problemen in de zorg is, dat er slechts duaal gedacht wordt (in louter economische termen: het product 'zorg'; de zorgverlener krijgt salaris en daarmee basta).
Een maatschappij kan niet zonder het surplus van de liefde.

Slotbeschouwing

Tot zover een eerste oogst. Inhoudelijk hoop ik nog terug te komen op de geschiedenis van deze congregatie als voorbeeld van de inzet van religieuzen in de negentiende en twintigste eeuw. En soms zijn boeken ook leuk vanwege de onverwachte uitstapjes. In hoofdstuk 5 besteedde Van Heijst aandacht aan de gevangenishervorming van de quaker Elisabeth Fry (1780-1845) en de inzet voor prostituees van de evangelische Josephine Butler (1828 - 1909). Butler ligt begraven in Kirknewton, een van de plaatsen waar St Cuthbert's Way doorheen loopt en waar ik heb overnacht tijdens mijn pelgrimstocht.


Bron: Annelies van Heijst, Liefdewerk. Een herwaardering van de caritas bij de Arme Zusters van het Goddelijke Kind, sinds 1852, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2002.


zondag 4 mei 2014

Pelgrimszegen en andere pelgrimsgebeden

Pelgrims die op Holy Island verblijven, kunnen aan het slot van hun laatste viering in St Mary's een speciale pelgrimszegen krijgen. Er wordt niet zoveel gebruik van gemaakt. In de afgelopen veertien dagen heb ik het slechts twee keer meegemaakt. Mij leek het een gepaste afsluiting van dit onderdeel van mijn sabbat. Voor mij was vandaag de gewone zondagsviering van 10.45 uur de laatste keer. Na afloop zegende vicar Paul mij met een speciale tekst, die ik hieronder weergeef. Daarmee gesterkt kan ik mijn sabbat vruchtbaar vervolgen. De eilandheiligen, waarvan sprake is zijn St Aidan en St Cuthbert. St Aidan (zie foto van standbeeld) is de stichter van het eerste klooster op Holy Island in 635, St Cuthbert is een van zijn opvolgers als abt en bisschop van Lindisfarne.



To the prayers of our Island Saints we commend you.
May God's angels watch around you to protect you.
May the Holy Spirit guide and strengthe you for all that lies ahead,
May Christ Jesus befriend you with his compassion and peace.

Lord, be a bright flame before us.
Be a guiding star above us.
Be a smoot path beneath us.
Be a kindly shepherd behind us.

And  ..the blessing ..

Go in peace to love and serve the Lord. Thanks be to God.


Andere pelgrimsgebeden

In de boeken over pelgrimeren die ik deze twee weken op Holy Island bestudeerd heb, kwam ik ook een aantal pelgrimsgebeden tegen, die het waard zijn hier te vermelden. Ze kunnen in vertaling of bewerking nog eens hun dienst doen. Allereerst is dat het volgende korte gebed bij de start van een pelgrimage:

O God of our journey, its beginning and its end.
source of our longing and heart of our hope,
be beside us here where you have bee before,
go ahead of us now and lead us
by the hand deep into your heart.

Uit: Andrew Jones, Pilgrimage. The journey to remembering our story, The Bible Reading Fellowhip, Abingdon, 2011, p. 189

De Ierse Redemptorist John O' Riordain sluit zijn boek over pelgrimeren af met een aantal gebeden van zijn medebroeder Dick Tobin. Tobin is een lid van het klooster van de Redemptoristen in Esker, Athenry, in het westen van Ierland. Elke zondagmiddag in de maanden mei en oktober (Mariamaanden in de katholieke traditie) worden hier pelgrimages gehouden over het terrein van het klooster langs een aantal staties. Wie dat wil, kan een deel van het traject zelfs blootvoets afleggen. Pater Tobin heeft voor deze pelgrimage een aantal gebeden geschreven. O' Riordain heeft ze in zijn boek opgenomen, omdat hij ze een universeel karakter vindt hebben. Iedereen mag ze overnemen of aanpassen aan de eigen situatie, schreef hij erbij. Dat nam mijn laatste schroom weg om ze hier over te nemen.

Gebed aan het begin van de pelgrimstocht


God of all journeys,
Our beginning and our destination,
I hear your voice calling me to set out.
I hear you in my own restlessness and dissatisfaction:
we have not here a lasting city,
so I will arise and go to my Father.
I hear you calling me as you called Abraham and Moses:
' Go into the land which I shall show you.'
I hear in the voice of your Son:
' Come, follow me.'
I set out now in pilgrimage,
leaving aside the clutter and distraction of the world,
to walk in your presence,
to walk in the footsteps of your Son,
to walk in the footsteps of St Patrick
and all the good men and women who have journeyed before me.
I call on Jesus
to light my path and be my good shepherd.
I call on Mary
to guide my steps as she guided her son' s.
I call on Patrick and all the saints of Ireland,
to be my companions on the way.
I call on the good people who have lived and prayed in this place down the years
to pray for me now
that I may have strength and heart for the journey.
I gather all my heart and mind into my walking.
I gather all my longing and seeking into my walking.
I gather all my sorrow for sin into my walking.
I gather all my thanksgiving and delight into my walking.
I gather all my sorrow and heartbreak into my walking.
Let my every step be a prayer of all that is in me,
- all that I know and all that is dark and obscure.
Bless the path on which I go.
Bless the earth under my feet.
Bless the friends who walk by my side.
I set out in the name of the Holy Trinity,
Father, Son and Holy Spirit. Amen.

Gebed voor de wereld (lofprijzing en voorbeden)

Op een plek onderweg, bij voorkeur op een wat hoger gelegen plek zoals een heuveltop of op de bovenste verdieping van een gebouw, zie je de wereld om je heen - een wereld vol goedheid en schoonheid, een wereld van gebrek en kwaad. Met al zijn spanningen en verlokkingen is dit onze wereld, maar ook de wereld van God, zowel vol zonde als vol genade.  De voorbeden hebben het karakter van een litanie.

Praise

God of the infinite spaces - Glory and praise to you
God of sun, moon and stars - Glory and praise to you
God of earth, sea and sky - Glory and praise to you
God of grass and tree and flower - Glory and praise to you
God of bird and beast and fish - Glory and praise to you
God of sunshine, wind and rain - Glory and praise to you
Father and lover of humanity - Glory and praise to you.

Intercession:

We cry to you on behalf of the world - God of mercy, hear our prayer.
That we may love and care for the earth, sea and air - God of mercy, hear our prayer.
That we may love and care for all your creatures - God of mercy, hear our prayer.
That we may love and care for al your people - God of mercy, hear our prayer.
For those whose humanity is destroyed by hunger - God of mercy, hear our prayer.
For those whose humanity is destroyed by the abuse of power - God of mercy, hear our prayer.
For those whose humanity is destroyed by the sins of others - God of mercy, hear our prayer.
For all who are lost and lonely - God of mercy, hear our prayer.
For all who are sick and dying - God of mercy, hear our prayer.
For all who are depressed and despairing - God of mercy, hear our prayer.
For all whose hearts are broken - God of mercy, hear our prayer.
For all who have lost the faith - God of mercy, hear our prayer.
For all who do not know you - God of mercy, hear our prayer.
For all who are prisoners of addiction - God of mercy, hear our prayer.
For all who seek you sincerely - God of mercy, hear our prayer.
For all who seek you in the wrong places - God of mercy, hear our prayer.
For all who are lost in their own sins - God of mercy, hear our prayer.
For all who struggle to make peace - God of mercy, hear our prayer.
For all who struggle to do good - God of mercy, hear our prayer.
For all who struggle to save others - God of mercy, hear our prayer.
For all who have power and influence - God of mercy, hear our prayer.
For all who are powerless and oppressed - God of mercy, hear our prayer.
For your church in service of the world  - God of mercy, hear our prayer.
For all who are especially dear to our heart - God of mercy, hear our prayer.

Let us pray.
Father, it is good for us to be here and to lift our arms on behalf of the world.
We rejoice in it, because it is your beautiful creation.
We weep over it, because it is so full of suffering and tears.
May we always hold it in our hearts and bring to it the truth and goodness of your Son' s gospel.
We pray this through Christ our Lord. Amen.

Gebed ter  afsluiting van een pelgrimstocht 

(bij voorkeur in een kerk of kapel)

My thanks to you, Father,
for the pilgrim journey I have undertaken.
My thanks for the strength and heart
to walk in your presence.
My thanks for your supporting love
along the way.
My thanks for rest and peace
now at the end of it all.
Here in your house
may I taste the peace of heaven,
may I taste the joy of being cleansed and forgiven,
may I taste the fulness of your love.
From this day forth
let all my journeys
echo with the meaning of this journey.
Wherever I go
let me bring with me a awareness of your presence
and the joy of your kingdom,
where you live with your Son and Holy Spirit,
one God forever and ever. Amen.

Bron:
John J. Ó Riordáin CSSR, The Columba Press, Dublin, 1997 p. 114-117



vrijdag 2 mei 2014

Beltane - een Keltische viering

Gisteren (1 mei) was het Beltane. Volgens de Keltische kalender begint dan de zomer. Mei, juni en juli zijn de zomermaanden.
Twee keer per dag houdt de Community of Aidan and Hilda een gebedsdienst in de eigen kapel, d.w.z. een van de ruimtes van de bibliotheek. Er zijn plannen voor de bouw van een echte kapel, maar dan moet eerst de financiering rondkomen. De gebedsdiensten worden gehouden om 12.00 uur 's middags en 21.00 uur 's avonds. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een dik boek met gebeden en orden van dienst, die de oprichter Ray Simpson heeft samengesteld. Keltische spiritualiteit speelt daarin een belangrijke rol. 
In de twee weken van mijn verblijf werden voornameljk de orden van denst voor de paastijd gebruikt ('s middags afwisselend het ochtend- en middaggebed; 's avonds het avond- of nachtgebed). Tot gisteravond dan. Ray Simpson ging zelf voor en verwelkomde de aanwezigen met een: "Happy Beltane." Hij lichtte toe, dat voor de Kelten nu de zomer begon. De zomer is een tijd van warmte en groei, van verhoogd vertrouwen en sociale contacten. Het is een tijd om de vitaliteit van het leven te vieren, de vreugden van de jeugd, de avonturen van helden, de opbrengst van de aarde, de volheid van het leven en de goedheid van God. 
Voor Beltane, het begin van de zomer, heeft Simpson een aparte orde van dienst geschreven. Die hebben we gisteravond gevolgd. Ik geef hem hieronder weer. Tijdens de dienst waren er twee momenten, dat de aanwezigen hardop gebedsintenties konden inbrengen. Daarvoor werd ruim de tijd genomen. De eerste keer, aan het eind van het onderdeel ' Thanksgiving' kon iedereen een of meerdere lofprijzingen inbrengen onder de formule ' May... praise you, God'. Later was er de gelegenheid voor de persoonlijke voorbeden.
Qua structuur is deze dienst niet veel anders dan de andere gebeden. De inhoud is wel specifiek. De tekst in gewone letters wordt door de voorganger gezegd, de tekst in vette letters door allen. Ik heb me niet aan een vertaling gewaagd. Deels omdat mijn vertaling ongetwijfeld onrecht zou doen aan de tekst, deels omdat ik mij afvraag of ik hier wel energie in moet steken. Hoewel in de onderstaande tekst niet alleen voorbeelden uit de natuur worden aangedagen, maar ook uit het maatschappelijk leven, blijven de aspecten van gerechtigheid en diaconie voor mij persoonlijk onderbelicht. Voor een keer zou dat niet erg zijn, maar het lijkt mij tamelijk structureel te zijn. Qua spiritualiteit is Iona mij meer op het lijf geschreven. Hoewel het meditatieve karakter van de gewone nachtgebeden als afsluiting van de dag ook zijn aantrekkelijke kanten heeft.



Opening    

Farewell, season of sowing and hidden striving; now toil will bear its fruit.
Beauty, once hidden, will come forth like a bride.
Welcome, season of growth and friendship, season of activity and celebration.
May ardour, vigour and chivalrous love flow strongly in our veins; may heroes and holy ones shine forth.

Thanksgiving

Let us celebrate the work of the world:
may desks and treetops praise you.
May lambs and new clothes praise you.
May fuel and transport praise you.

Let us celebrate the renewal of nature:
may its scents and sounds praise you.
May the growing trees praise you.
May the skies and the breezes praise you.

Let us celebrate the joys of life:
may lovers praise you, in love of the King of Life.
May gardens and sports praise you.
May elegant birds and music praise you.

Let us celebrate the refreshments of life:
may friendship and enterprise praise you.
May strength and the beauty of little things praise you.
May ecstacy and mystery praise you.

Dedication

At the start of this fresh season, we acknowledge your presence in the sun-shaping of our lives.

Christ be in the earth and each thing we touch.
Christ be in the work and each thing we do.
Christ be in the mind and each thing we pursue.

Let us kindle our souls at the forge of nature's Soul-smith.
A spark of life to us.
A spark of light to us.
A spark of love to us.

There may be meditation, music or free prayer.

As we enter this season of creativity,
may we think your thoughts after you.
As we enter our beds of hope,
may we dream your dreams after you.
As we explore new sun-lit realms,
may your life renew our being.

Closing

A blessing on the season of growth,
a blessing on all that is done:
the blessing of the fertile Creator,
the blessing of the virile Son,
the blessing of the Spirit, sustaining,
may God and earth be at one.


Uit: Ray Simpson, Liturgies from Lindisfarne. Prayers and services for the pilgrimage of life, Kevin Mayhew, Buxhall, 2010, p. 249-251


zondag 27 april 2014

Ionaviering op Holy Island

Een keer in de maand organiseert 'Worship in the Way of the Iona Community in North Northumberland' een Ionaviering ergens in dit deel van Noord-oost Engeland en het aansluitende deel van Schotland. Zeg maar het gebied tussen Newcastle en Berwick. De grootste afstand tussen noord en zuid is ongeveer 60 mijl (100 km). Bij toerbeurt is men ergens te gast. Dat maakt het ook mogelijk, dat dan mensen ut die plaats kennis maken met deze stijl van liturgie vieren. Het initiatief is in 2003 genomen door een predikante uit Bamburgh. Aanvankelijk kwam men vier keer per jaar bijeen. Tegenwoordig op de laatste zondag van de maand. Het preciese tijdstip hangt af van de plaatselijke omstandigheden. Soms wordt vooraf een picknick gehouden. Ook na de verhuizing van de initiatiefneemster is de groep doorgegaan. Iona Community Member Katryn Potts is nu een van de trekkers.

Vanavond 27 april vond de viering plaats op Holy Island in de URC-kerk S Cuthbert's. Relatief laat (19.30 uur), omdat er een afspraak tussen de kerken op het eiland bestaat om niet gelijktijdig diensten te houden. En St Mary's heeft de dagelijkse avonddienst om 17.30 uur. Bovendien ging vandaag pas de causeway rond half zes open. Eerder konden mensen van het vasteland niet komen, of zij zouden al eind van de ochtend hebben moeten arriveren. Met vijf mensen hebben we rond zes uur gepicknickt op The Heugh, een rotsformatie de zorgt voor de beschutte ligging van de haven. In de luwte van de uitkijktoren was het nog wel uit te houden. Er stond een redelijk straffe wind. Op de drooggevallen zandbanken in de verte lagen honderden zeehonden. Geregeld kon je hun gehuil horen. Gecombineerd met de laaghangende tot mist neigende bewolking gaf dat een apart sfeertje. We hebben niet erg lang doorgebracht op de Heugh: het begon op een gegeven moment te regenen. Dus zijn we toen maar naar St Cuthbert's gegaan. Rachel Poolman, de plaatselijke URC-predikante, was onze gastvrouw.

Pilgrimage is a circular route

Geleidelijk kwamen er meer mensen binnenlopen. Sommigen waren regelmatige bezoekers van deze vieringen, anderen woonden op Holy Island of verbleven er toevallig als gasten. We zaten in een kring rond een prachtig opgemaakte schikking, met een rugzak en pelgrimsstaf, sinaasappels en schelpen als verwijzers naar de camino naar Santiago de Compostela en de nodige waxinelichtjes. Katryn Potts en Rachel Poolman leidden de dienst, terwijl iemand anders voor de zang zorgde: twee typisce Ionaliederen en een lied uit de liedbundel van de URC, gekozen bij het thema 'Pilgrimage is a circular route'. Verschillende teksten in deze viering waren afkomstig uit een boekje van Kate McIllagah, Green Heart of the snowdrop.



Onderdeel van de viering was het delen van ervaringen met pelgrimeren. Katryn had mij gevraagd om iets te vertellen over mijn Northern Cross tocht. Op die uitnodiging ben ik graag ingegaan. Enige anderen verhaalden over hun verblijf op Iona of in het Heilig Land. Een echtpaar was gisteren op Holy Island gearriveerd na een weeklang met hun hond de St Cuthbert's Way te hebben gelopen. Voor sommigen waren stiltemomenten tijdens een pelgrimstocht de gelegenhed om met God in contact te komen. Anderen vertelden over speciale momenten tijdens hun bedevaart in het Heilig Land. In de betreffede kerk was het zo druk, dat als het even stil was tijdens hun eigen viering, het gezang opklonk van de Italianen of Fransen die naast hen hun viering hadden.En andersom. Dat had op de betreffende persoon grote indruk gemaakt. Ze had het ervaren als een prachtige aanvulling in plaats van storing.



Bij deze ronde van ervaringen vertellen werd een staf doorgegeven met daarin steentjes. Als je de staf roteerde, hoorde je het geruis van de stenen die naar beneden vielen. De staf diende als een spreekstok. Als je de staf had, mocht jij je korte bijdrage doen.  Je kon je beurt ook overslaan en de stok direct doorgeven aan je buurman of buurvrouw. Dat kon rechstreeks, maar je kon de stok ook draaien. Dan maakte die dus geluid. Ik had de indruk, dat de stok het lichter maakte om geen inhoudelijke inbreng te leveren. Gelukkig maar, want als ieder van de 20 aanwezigen een impressie had gegeven, had de viering dubbel zo lang geduurd. Nu was die net geen uur. Na afloop konden we nog met elkaar onder het genot van een kop koffie of thee met cake van gedachten wisselen. Daarvan is goed gebruik gemaakt.
Ik wil eindigen met een tekst van Chris Polhill:

Prayer for the journey


Journeying with you, Creator God,
is to journey in your world,
full of marvels and such beauty.
To glimpse eternity in sky and sea,
to feel the earth and rock beneath my feet.

Journeying with you, brother Jesus,
is to journey with your friends.
To meet and travel a while together,
then part at the crossroads,
knowing you are with us all.

Journeying with you, Holy Spirit,
is to journey with the wind.
To move to your wild music
then try to sing your song
so others may hear.  


Worship in the Way of the Iona Community in North Northumberland heeft een eigen blog en Facebookpagina . 

Northen Cross Pilgrimage 16 april

Een wat verlate bijdrage. Ik wist dat ik deze aantekeningen nog ergens had, maar kon ze nergens vinden. Alsnog voor de volledigheid

Town Jedholm - Akeld

Vandaag hebben we de vijfde etappe gelopen van de Northern Cross Pilgrimage. Aan het eind van de ochtend hebben we Schotland verlaten. De rest van de tocht zal door Engeland lopen. Het weer was iets slechter dan gisteren, koud (het was vanochtend vijf graden toen we begonnen te lopen) en veelal bewolkt, met af en toe een gemene wind. Maar het heeft niet geregend. Dus er valt weinig te klagen.
In Kirk Jedholm kwamen we de Denen weer tegen die ongeveer dezelfde route lopen. Zij liepen wat harder dan wij (ze hebben geen kruis om mee te dragen), we hebben ze de rest van de dag niet meer gezien. Zeker het eerste stuk was het druk met wandelaars. St Cuthbert' s Way liep toen samen met het eind van de Pennine Way, een bekend en druk langeafstandspad. Dat levert onderweg soms aardige gesprekjes op, als ze ons een kruis zien meetorsen.
In de verte zagen we vanochtend Cheviot Hill liggen, met nog wat sneeuw op sommige flanken. Zeker het Engelse gedeelte was vandaag woest terrein, met af en toe hoogveen en kale heuveltoppen. In het terrein zijn ook veel prehistorische monumenten te zien, tumuli en hillforten. Aan het eind van de middag kwamen we langs Yeavering Bell en Humbleton Hill. Vooral de eerste heuvel heeft in het verleden veel bewoning gehad. Er zijn resten gevonden van 4.000 jaar geleden. Voordat ik naar Schotland afreisde, was ik een boek aan het lezen over de Britse geschiedenis tot 1.000 na Christus, ' Britain begins' van Barry Cunliff. Daarin komt Yeavering Bell ook voor. Dat gedeelte wil ik nog wel eens opnieuw lezen. Ik had gehoopt, dat we vandaag wat sneller zouden hebben gelopen. Met een paar mensen hadden we het plan gemaakt om vlak voor aankomst nog een pad terug te nemen en via Yeavering Bell naar Kirknewton te lopen, waar we overnachten. Maar het was al half zes toen we in Akeld aankwamen, en we vonden het niet verantwoord om nog (minstens) twee uur te lopen. Nu werden we opgepikt met de auto voor transport naar Kirknewton.

God's schepping

Je kan merken, dat het voorjaar is. We hebben vandaag zowel heel jonge lammetjes gezien als kleine kalfjes. De natuur is hier wat later dan in Nederland. De bomen zijn nog niet zo ver uitgelopen en geregeld zien we langs de kant van de weg (wilde) narcissen in bloei. Vandaag hebben we ook weer de nodige wilde dieren gezien: konijnen, een slang die zich snel uit de voeten maakte en enige korhoenders (grouse). Er moeten er veel meer gezeten hebben, gezien de vele geluiden die we onderweg hoorden. Ik heb geprobeerd ze op de foto te zetten - met enig uitvergroten moet er toch een getoond kunnen worden. Een van de ' stations' onderweg had als thema 'God's schepping'. Iedereen mocht een gedachte of voorbeeld noemen. Heel wat van de genoemde dieren kwamen voorbij.

Vanmiddag heb ik hele stukken het kruis gedragen, voornamelijk heuvel op en heuvel af. We hebben vandaag in totaal 600 meter gestegen en gedaald, dus dat was nog wel eens nodig. Ik zie het als mijn bijdrage aan de pelgrimstocht. We willen als groep uiteindelijk Lindisfarne bereiken en het kost mij relatief weinig inspanning.    

donderdag 24 april 2014

Pelgrimeren 2

Struinend in de bibliotheek van de Open Gate vond ik een boek van Cintra Pemberton O.S.H. met de intrigerende titel " Soulfaring. Celtic Pilgrimage then and now." Pemberton is een Amerikaanse zuster van de Episcopal Order of St Helena en organiseert sinds 1992 vanuit New York pelgrimages naar Ierland, Schotland, Wales en het eiland Man. Daarnaast geeft zij workshops over Keltische spiritualiteit. Dit boek uit 1999 bestaat uit twee delen. Het grootste deel bestaat uit een beschrijving van 15 heilige plaatsen in de genoemde Keltische gebieden, die zij een of meerdere malen met een goep heeft bezocht. Naast historische wederwaardigheden geeft zij telkens ook een beschrijving van de plek en een fragment uit haar dagboek. Leuk om gelezen te hebben, maar niet direct iets voor mijn blog. Ik werd meer geraakt door het eerste deel, waarin zij in een aantal essays haar gedachten en kennis deelt met betrekking tot pelgrimeren en Keltische spiritualiteit. Haar benadering is veel spiritueler van aard dan mijn eigen eerste blog over pelgrimeren. Ik heb me daarom voorgenomen een aantal van haar essays wat uitvoeriger te bespreken. Dat is een mooie aanvulling en verrijking van de eerdere stukken. Laat ik beginnen met een introductie van pelgrimeren.


Pelgrimeren

In haar eerste essay introduceert zij een aantal aspecten van Keltische spirituaiteit en pelgrimeren. Pelgrimeren, in het bijzonder naar Keltische heilige plaatsen, vat zij op als "een manier om onze spirituele levens te verdiepen." (p. XVII) De omschrijving spreekt niet toevallig van 'ons'. Voor Pemberton is een pelgrimage een collectief gebeuren, hoe vrij zij verder ook omgaat met de bestemming (de heilige plaats die bezocht wordt) en de spirituele invulling. De groepen die zij begeleidt zijn altijd oecumenisch van samenstelling en niet zelden gaan ook niet-christenen mee. In die breedheid van bestemmingen en spiritualiteiten is zij een representant van de moderne pelgrim. 

Gemeenschap van de heiligen

Een kernbegrip in haar benadering is de 'gemeenschap van de heiligen'. Dat begrip krijgt volgens haar een nieuwe lading, als mensen heilige plaatsen bezoeken, die sinds lang worden geassocieerd met heiligen. Die heilige plaatsen kunnen kathedralen zijn, die zijn toegewijd aan belangrijke heiligen of apostelen, maar in de Keltische gebieden zijn het vaker kleine kerkjes of heilige bronnen, die zijn toegewijd aan een plaatselijke vrij onbekende heilige. Als je op een pelgrimstocht een dergelijke heilige plek bezoekt en er samen met andere pelgrims bidt, kan je iets gewaar worden van de aanwezigheid van deze heilige. Hoewel deze heiligen in het verleden leefden, staan zij naast ons in de grote gemeenschap van de heiligen.
Maar tot de gemeenschap van de heiligen behoren volgens haar ook alle andere mensen, die nu deze heilige plaatsen bezoeken en zij die deze plaatsen onderhouden. Daarom ook is contact met hen een vitaal aspect van een pelgrimstocht. "Op welke andere wijze kan iemand echt op zoek zijn naar zichzelf en naar het heilige, dan via bewust contact met andere mensen?" (p. 5)

De uiterlijke reis

Een pelgrimage begint al voor het vertrek, namelijk bij het besluit om op pelgrimstocht te gaan. Dan beginnen de voorbereidingen, en naarmate het doel verder weg ligt, vragen die meer aandacht. Als de reis met een groep wordt ondernomen, kan er vooraf ook al een heel inhoudelijk programma zijn met informatie over de reis, de bestemmingen en met gebed.
"Kenmerkend voor een pelgrimage is, dat die wordt gemaakt in het gezelschap van andere pelgrims, waarbij de hele groep dient als anamchairde (soulfriends) voor elkaar, wanneer men samen zoekt wat heilig is." (p. 5) De pelgrims delen onderweg hun spirituele ervaringen informeel met elkaar en zij bidden gezamenlijk. Dat gezamenlijke gebed is ook een belangijke bindende factor.

De eerste keer, dat de leden van de groep bijeenkomen, is een belangrijk onderdeel: wanneer een pelgrim een andere pelgrim ontmoet, begint al de gedeelde zoektocht naar het heilige. De reis die daarop volgt, de bezoeken aan de heilige plaatsen, de rondleidingen door gidsen, lezingen, gebedstijden, maaltijden, het schrijven van ansichtkaarten, het kopen van souvenirs, pelgrimstekens of andere herinneringen, en zelfs de terugreis zijn in de ogen van Pemberton allemaal onderdeel van de totale pelgrimservaring. Elk soort van interactie heeft zijn eigen waarde.
Tijdens de reis is het gebruik van de tijd van groot belang. Het gevaar bestaat dat een te lang gerekt bezoek aan een bepaalde plaats leidt tot overhaasten tijdens de rest van de dag. Dat moet worden voorkomen.

De innerlijke reis

Pelgrims moeten er altijd van bewust zijn dat tegelijk met de uiterlijke reis ook een innerlijke reis plaats vindt. Het delen van onderdak, de maaltijden en het transport is van belang, maar ook moet elke pelgrim een zekere hoeveelheid alleenzijn, tijd en ruimte hebben om zijn of haar ervaringen te verwerken. Voor sommige mensen zijn periodes van stilte van wezenlijk belang voor individuele reflectie. Maar er moet ook tijd zijn voor liturgieveringen, lezen en het bijhouden van een dagboek, als ook voor contact met het thuisfront. Bij een geslaagde pelgrimage is de uiterlijke reis nooit zo gevuld met activiteiten, dat er geen tijd meer is voor de innerlijke reis.
Samen bidden is daarbij van levensbelang. Pemberton denkt daarbij niet alleen aan de getijdengebeden en de eucharistie. Een gebed, dat de groep pelgrims dichter bij elkaar brengt, bevordert ook de innerlijke reis. Zo'n gebed gaat in op de kwetsbaarheid, die samenhangt met het delen van elkaars gedachten, ervaringen en inzichten. Zo' n gebed bindt mensen ook, omdat de ene gedachte leidt tot de andere. De deelnemers ervaren daardoor dat zij meer met elkaar gemeen hebben dan ze daarvoor dachten. Zo leren en groeien ze allemaal. "Het Welshe woord bendithion betekent 'het delen van zegeningen'. Het is uiteindelijk bendithion dat de pelgrim onderscheidt van de toerist en dat de uiterlijke reis verbindt met de innerlijke reis." (p. 7)
Een pelgrimsgebed houdt ook gezamenlijke voorbeden in voor de behoeften van de wereld, de kerk, de eigen geliefden en dankgebeden. Voor alles wat je onderweg hebt meegemaakt, maar ook voor al diegenen die deze pelgrimstocht hebben mogelijk gemaakt, inclusief het thuisfront.

De zoektocht naar het heilige

Een echte pelgrimage was en is altijd een zoektocht naar wat heilig is. De invulling hangt daarbij af van het in die tijd heersende begrip van God en de wereld. Hoe de Kelten indertijd God begrepen hebben, valt niet met zekerheid te zeggen, maar uit de vroegste bronnen komt naar voren dat voor de Kelten God heel immanent was, dichtbij, overal aanwezig. Ze waardeerden de numineze kwaliteiten ven bepaalde plekken in de natuur (water, bergen e.d.). Toen het christendom kwam, verbonden zij de fysieke plaats waar iemand sterft en God ziet met vroegere geloofsinhouden. Vanwege de opdracht in de evangelieen om de wereld in te gaan en leerlingen te maken, zagen zij de missionaire opdracht ook als een vitaal onderdeel van de zoektocht naar het heilige. In de verdere ontwikkeling van pelgrimeren bij de Kelten werd deze zoektocht naar het heilige altijd verbonden met reizen naar belangrijke heilige plekken, de persoonlijke reis naar een ontmoeting met God, een echt streven om Jezus na te volgen en een sterke toewijding om te evangeliseren.

Toerist of pelgrim?

Wat onderscheidt een pelgrim nu van een toerist? Wat maakt een pelgrimstocht nu anders dan b.v. een goeps(wandel)vakantie? Beide hebben een gezamenlijk doel gemeen, gedeelde interesses en het verlangen om bepaalde plaatsen te bezoeken. Maar bij een pelgrimage is er, aldus Pemberton, ook sprake van een dieper doel: "de groei van het innerlijke zelf en de totale existentiele ervaring. Daarom is de primaire focus van een pelgrimage de innerlijke groei, die voortkomt uit een uiterlijke reis." (p. 9) Even verderop omschrijft zij het verschil tussen een toerist en een pelgrim aldus: " een toerist bezoekt plaatsen om te zien, om in zich op te nemen, om er over te leren, om souvenirs te kopen en dan verder te gaan, maar een pelgrim komt om zichzelf aan te bieden en te delen met de mensen die er leven en werken om zo innerlijke groei te bevorderen." (p. 10, cursivering in tekst) De grens is overigens vloeiend.

Soulfaring (Zielevaart?)

Mensen vinden het heilige tegenwoordig op heel verschillende manieren, soms totaal onvoorspelbaar. Daarom is het volgens Pemberton van belang dat een moderne pelgrimage bestaat uit een rijke verscheidenheid aan plaatsen en belevingen. Daartoe kan een bezoek aan zeer bekende bedevaartoorden horen, zoals Clonmacnois en Newgrange in Ierland, St David' s Cathedral in zuid-west Wales, Lindisfarne in Northumbria of Iona in Schotland. Maar ook minder bekende en voor de hand liggende plaatsen kunnen een diepe spirituele ervaring oproepen.
Zich baserend op een uitspraak van Augustinus ("onze harten zijn rusteloos totdat zij rust in U vinden, o God"), stelt Pemberton dat de rusteloosheid van mensen soms ongemakkelijk kan zijn, maar dat het ook een gave van God is, waarvoor we dankbaar mogen zijn. We zoeken God, omdat God onafgebroken op zoek is naar ons. (vgl. het verhaal van Kain en Abel in het Oude Testament of de parabel van de Goede Herder). In Joh 1, 38 -39 antwoordt Jezus op de vraag van de leerlingen, waar hij verblijft: 'Kom en zie'.
Als mensen tegenwoordig een pelgrimage ondernemen, is dat, aan de oppervlakte bezien, altijd een vom van toerisme (ze maken een reis), maar op een dieper niveau is het een tocht maken op zo' n manier dat de rusteloosheid of wanderlust altijd een zoeken naar God is, zelfs als God ons zoekt. " Op onze pelgrimage zijn we allemaal zielevaarders. Iedereen maakt de bewuste keuze om het heilige te zoeken, wat betekent antwoorden op Gods uitnodiging: ' Kom en zie'." (p. 12)

Bron:
Cintra Pemberton O.S.H., Soulfaring. Celtic Pilgrimage Then and Now, Morehouse Publishing/SPCK, London, 1999, p. 1-12


zondag 20 april 2014

De Northern Cross Pilgrimage is afgesloten

Het is nu zondagmiddag, half vijf. De Northern Cross Pilgrimage is voorbij. De meeste pelgrims en toeristen hebben Holy Island verlaten. En zo te zien het goede weer ook. De afgelopen dagen hadden we stralend zonnig weer, maar wel een heel koude wind. Vanochtend was de wind al wat minder. Nu is de lucht geheel betrokken en lijkt er een mist te komen opzetten.

Deze dagen waren een mooie afsluiting van de pelgrimstocht. Veel tijd om met elkaar te praten, over het eiland te lopen en een cafe te bezoeken. Een heel ander karakter dan de wandeldagen ervoor. Alle pelgrims verbleven in het vakantiekamp dat de Vincentiusvereniging van Newcastle runt. Het gebouw staat naast de kleine rooms-katholieke St Aidankerk. Het is een simpele accommodatie, maar doeltreffend. Wel een koud complex, duidelijk bedoeld voor gebruik tijdens de zomermaanden, zo van april tot september. Ruim 100 vrijwilligers zetten zich in deze periode in om het huis te runnen, van de inhoudelijke leiding van de kampen tot de kook- , was- en schoonmaakploegen. Dit weekend zorgt een tiental mensen voor ons, een heerlijke luxe.
Hoeveel Northern Cross pelgrims aan de vier routes hebben deelgenomen, is mij nog steeds niet duidelijk. Maar we verbleven zeker met 50 tot 60 mensen in het huis, in alle leeftijden, van gezinnen met kleine kinderen tot jongeren en ouderen. De oudste deelnemer in onze groep, Bernard, wordt deze zomer 82.

Vrijdagavond vond de viering plaats in de kleine St Aidankerk. Maar voordat we daarnaartoe gingen, voerde een groep kinderen en jongeren  een bij tijd en wijlen humoristisch passiespel op de binnenplaats van ons verblijf op. Een mooi alternatief voor het lezen van het passieverhaal. In de kerk volgden dan de uitgebreide voorbeden en andere gebeden voor Goede Vrijdag. De viering werd afgesloten met het zingen van een achttal passieliederen.

Paaszaterdag

Zaterdag stond in het teken van de nodige vergaderingen (evaluatie van de eigen route, algemene terugblik en jaarvergadering van de Northern Cross). Maar we hadden ook tijd voor wandelingen op het eiland en ongedwongen gesprekken met elkaar.
Zaterdagavond was de paaswake in St Mary' s, de Anglicaanse kerk bij de ruine van het klooster van St Aidan en St Cuthbert. Dit is de grootste kerk van het eiland. Qua opzet was de paaswake vooral een rooms-katholieke viering, omdat Brendan Callaghan SJ dit jaar als een soort aalmoezenier deel nam aan Northern Cross. Volgend jaar zal een Anglicaanse priester zijn rol vervullen. Wel ging hij samen voor met de Anglicaanse pastoor van de lokale parochie.
Ik heb genoten van de viering. Voor het aansteken van de paaskaars verlieten we allen de kerk. Buiten op het strand vlakbij de kerk werd de paaskaars ontstoken aan een paasvuur. Vanwege de harde wind en ondanks een beschermende huls moest dit wel drie keer gebeuren. De eerste twee keren woei de vlam bijna direct uit. Daarna gingen we in processie weer de kerk in.
Bijzonder vond ik ook de in het Engels gezongen paashymne Exsultet. Ik kan mij niet herinneren die zo in Nederland ooit gehoord te hebben. In zijn preek maakte Callaghan een vergelijking tussen St Cuthbert, in wiens doodskist eeuwen later in Durham een klein evangelieboek van Johannes was gevonden, die hij kennelijk altijd bij zich droeg, en de pelgrims van de Northern Cross. De viering duurde bijna 2 1/2 uur, maar dat merkte ik pas achteraf. O ja, ik heb ook meegezongen in het gelegenheidskoortje. Bijna alle liederen waren eenstemmig, dus dat kwam mij goed uit. Ik heb deze week veel gezongen. Ga ik dat nog leuk vinden?

Eerste Paasdag

Vanochtend vond de viering van Eerste Paasdag eveneens in St Mary's plaats. Tevoren waren de kruizen versierd met narcissen en andere bloemen
,
De meeste pelgrims waren al vertrokken naar St Mary's, omdat naar verwachting de kerk propvol zou zitten met dorpsbewoners en toeristen. De kruizen moesten ook nog van het vakantiekamp naar St Mary's. Dus hebben Paul  uit Liverpool en ik ons kruis met behulp van iemand van de andere routes naar de kerk gedragen, dwars door het dorp, dat overstroomd werd door toeristen. Iona mag dan in de zomer druk zijn, Holy Island trekt nog veel meer mensen. Het was een bijzondere ervaring om het kruis aan het begin van de viering de kerk in te dragen, hoog opgeheven boven de hoofden van de mensen in de banken. Bijkomend voordeel, we mochten tijdens de viering voor in de koorbanken zitten.
Na de viering werden de kruizen naar buiten gedragen (zie foto) en vervolgens langs vijf plekken door het dorp. Op elke plek werd halt gehouden voor een korte bezinning over thema's als pelgrimeren, een groep worden/zijn, omgaan met elkaars zwakheden en sterke kanten, dankbaarheid en afscheid nemen. Tussendoor  hebben we veel gezongen. We waren inmiddels afgelost door andere kruisdragers. Bij de laatste halte stonden Karen, die deze dagen bij haar schoonzuster logeert die predikante van de URC op Holy Island is, en ik toevallig bij elkaar. De stoet zette zich al in beweging. We keken elkaar aan: zullen we het laatste stuk ter afsluiting voor onze rekening nemen? Ja dus. We hebben het kruis weer teruggebracht naar St Aidan, waar het gedemonteerd is. Volgend jaar kan het, samen met de andere kruizen, weer tijdens de Northern Cross pelgrimage gebruikt worden. Zijn en mijn tocht zit er voor 2014 op.